“Praat jouw kind nog niet?”

Voor ouders kan het vervelend zijn om regelmatig vragen te krijgen over de “achterlopende” ontwikkeling van hun kind. “Loopt hij nog niet?” of “Praat hij nog steeds niet?”, zijn de meest voorkomende op dit gebied. Maar buiten dat deze vragen als vervelend kunnen worden ervaren, is er wel sprake van een “achterstand”? In deze blog gaan we in op de verschillen in ontwikkeling, de algemene ontwikkeling van het praten en hoe je jouw kindje kan helpen bij het ontwikkelen van de taalvaardigheden.

 

Zijn verschillen echt zo belangrijk?

Het is belangrijk om te weten dat ieder kind op zijn of haar eigen snelheid ontwikkelt. Ook de stappen in de ontwikkeling kunnen verschillen. Soms is een kind nog druk bezig met het zetten van de eerste stapjes en gaat alle energie nog daar naar toe. En soms is de interesse voor het praten er nog niet, omdat andere activiteiten interessanter zijn.

Om deze redenen is het ook helemaal geen probleem dat er onderling verschillen zijn ontwikkeling. Mocht je toch twijfelen en denken aan een ‘te’ grote achterstand, kan je altijd contact opnemen met jouw huisarts of consultatiebureau.

 

Ontwikkeling van huilen tot praten

De algemene ontwikkeling van huilen tot praten kunnen we opdelen in 7 fasen. Iedere fase heeft een ofmeerdere kenmerken die pa

ssen bij de leeftijd. Toch blijven het algemene schattingen en kan het in jou situatie altijd net anders zijn. Ook kan het zijn dat jouw kind de ene fase sneller doorgaat dan de andere. In uitzonderlijke gevallen worden sommige fasen zelfs overgeslagen. Ontwikkeling is er dus in alle vormen en maten.

Afbeeldingsresultaten voor praten dreumes

Fase 1: Huilen (geboorte tot 6 weken)

De eerste fase begint uiteraard bij de geboorte en loopt tot ongeveer 6 weken. In deze periode kan jouw kindje zich alleen hoorbaar maken en uitdrukken door te huilen. Als ouder is het lastig om onderscheid te maken tussen een ‘honger’-huiltje of een ‘vieze luier’-huiltje.

 

Fase 2: Verschillende klanken (6 tot 24 weken)

In de tweede fase ontdekt jouw kindje verschillende klanken. Hiermee kan hij/zij zich al beter uitdrukken en kan jij als ouder ook al wat beter aanvoelen waar jouw kindje behoefte aan heeft. Vanaf deze fase wordt het ook beter mogelijk om de Dunstan babytaal toe te passen. In een eerdere blog schreven wij hier meer over.

Fase 3: Brabbelen (6 tot 12 maanden)

Fase drie gaat al meer lijken op woorden. Door de verschillende klanken toe te passen probeert jouw kind zich voor te bereiden op het uitspreken van woorden. Ze kunnen in deze fase veel van zich laten horen. Reageer er positief op en praat terug. Dit motiveert om veel te blijven oefenen.

Fase 4: Eerste echte woorden (12 tot 18 maanden)

De eerste woordjes beginnen duidelijker te worden. Vergeet niet dat de periode 12 tot 18 maanden een gemiddelde is. Sommige kinderen beginnen al met 10 maanden en andere pas bij 18 maanden. De eerste woordjes verschillen voor ieder kind. Meestal zijn het korte woordjes die veel in hun bijzijn wordt gebruikt.

Fase 5: Twee-woord zinnen (18 tot 24 maanden)

De eerste combinaties van woorden, worden gemaakt. Ook deze combinaties komen vaak voort uit was ze om zich heen horen. Ze worden zich bewust van zichzelf en gebruiken hiervoor hun naam of woorden als “mij” en “ik”.

Fase 6: Drie-woord zinnen (24 maanden tot 36 maanden)

Vanaf ongeveer twee jaar worden er drie-woord zinnen gemaakt. De woordenschat is flink vergroot in de afgelopen maanden, waardoor steeds meer combinaties kunnen worden gemaakt.

Fase 7: Gesprekken met korte zinnen (vanaf 36 maanden)

In de laatste fase is het mogelijk om gesprekken met jouw kind te voeren. Deze gesprekken bestaan uit korte zinnen en kunnen soms nog een onjuiste zinsopbouw hebben. Focus hier niet teveel op, maar blijf vooral stimuleren om te blijven praten.

Eigen ervaring

De bronafbeelding bekijkenOnze zoon is nu 19 maanden oud en regelmatig gebruikt hij twee-woord zinnen. Bijvoorbeeld: “Papa, slapen.”, “Mama, thuis.” en “Auto rijden”. Heel af en toe hebben we ook al een drie-woord zinnen gehoord. Onze ervaring is dat hij ons heel veel probeert na te praten. Daarom benoemen wij veel objecten en handelingen die we verrichten gedurende de dag. Het herhalen geeft het kind herkenning, waardoor het zelfvertrouwen groeit. En hoe meer zelfvertrouwen, hoe meer ze durven te proberen.

 

 

 

Tips

Wil je jouw kindje helpen bij de ontwikkeling van het praten, dan kan het goed zijn om de volgende tips toe te passen:

– Benoem wat je ziet en doet overdags;

– Herhaal woorden regelmatig;

– Stimuleer het napraten;

– Lees regelmatig een stukje voor uit een leesboekje en benoem wat er te zien is op de plaatjes.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *